‘k moest laatst te Brussel zijn, ik stapte naar den trein, gekleed gelijk nen heer ,
‘t was voor den eerste keer,i k stap in een coupé, zo blij gezind tevree,
maar zie wat ik daar tegen kwam me een ouwe dikke dam.
Zij bezag me vies opzij, ‘k had nog niet gesproken,
Eens klap riep ze tegen mij, meneer ge moogt nie roken
‘k zei madam geneert u niet, vrees voor geen gevaren,
maar ze antwoordde subiet, ik ben voor geen sigaren
‘k sprak beleefd tot haar, Madam mijne sigaar
Heeft zulke goeie geur, dus vrees voor geen malheur
Maar ze antwoordde snel, vertrek met uw gekwel
Meneer versta dat wel of ik trek spoedig aan de bel
Oh madam dat doet me spijt, ‘k wil u toch bedaren
Maar ze riep met veel lawaai, weg met u sigaren
Oh dat was een vieze vrouw, ze verstond geen reden,
Ben dan spoedig en al gauw uit die coupé getreden
In een compartiment, daar neven gans content
Zat ene lieve kind, ik vroeg haar blij gezind
Lief meisje zeg het maar, geneerd u mijn sigaar
Oh nee meneer sprak zei zo zoet, kom zet u hier wat neer
En we praten zacht en zoet, zo van alle dingen
Ze zette men hart in gloed, kon me niet bedwingen
‘k vroeg een kusje met plezier maar het was misvlogen
Ze zei meneer pas op ’t is hier verboden van te roken
Zo vloog de tijd voorbij, men liefje aan men zij
Maar als ik stapte uit, ‘k zocht naar men liefste schuit
‘k zocht overal eens rond of ik het meisje niet een vond
En dan zag ik tot m’n spijt dat ik was bedrogen
Ik was al men centen kwijt, ze was wegvlogen
Thuis zei ik aan mijne vrouw dat ik was mislogen
Ik zal nooit of nooit van die sigaren niet meer roken.
Schrijver:
Origineel: -
Laatst bijgewerkt op 22/09/2021
Dit nummer is te vinden op de volgende CD (Track 12):
Liekes
CD's
Teksten
daugen tot carnaval!